Ledenblad van
KONINKLIJKE
IMKERSGILDE
NEERBRABANT
Verschijnt 5x per jaar: feb. - april - juni -
sept. - nov.
Afgiftekantoor 1745 Opwijk
Erkenningsnr. P509236
Afzender:
Paul De Pauw, Heerbaan 8 1745
Opwijk-Mazenzele
tel. 052 35 57 93 e-mail:
7e
jaargang, nummer 3, JUNI
2007
Zaterdag 16 juni om 14 uur:
Opendeurdag Educatieve Bijenstand in Leuven
Deze opendeurdag staat in het kader van de
koninginnenteelt en het overlarfproject, waarrond het VBVI het laatste half jaar
een succesrijk programma heeft opgezet.
Het evenement loopt in samenwerking met de v.z.w. “Vrienden van de Abdij
van ’t Park” en er is mogelijkheid om onder hun leiding het mooie domein rond
de abdij te bezoeken.
“De abdij van ’t Park” of kortweg “de Parkabdij”,
is gelegen in een uniek domein aan de Leuvense stadsrand en omgeven door
wereldlijke infrastructuren, als de hogesnelheidslijn, de Philipssite en een
drukke expresweg. Het is een 42 ha. groot domein in de Molenbeekvallei waar
paters norbertijnen sinds de stichting in 1129 een imposant gebouwen-complex en
een opvallende groenzone opbouwden en onderhielden.
De voorbije jaren werden er grootse inspanningen geleverd om niet alleen
het klooster en de abdij te renoveren, maar daarnaast hebben ook vrijwilligers
fantastisch werk geleverd voor het behoud van zowel het cultuur – als het
natuurkundig patrimonium. Hierdoor is de Parkabdij anno 2007, nog steeds één
van de meest homogene en best bewaarde abdijsites van de Lage Landen.
Nadat eerst de Educatieve Bijenstand in Dilbeek
werd opgericht, is hij nu reeds enkele jaren naar Leuven overgebracht, waar hij
nu op volle toeren draait, dankzij de inzet van de Leuvense imkers, en dan
vooral hun voorzitter, Staf Kamers. Op zaterdag 16 juni vanaf 14 uur stellen
zij hun deuren open voor alle geïnteresseerde imkers
Samenkomst:
om 13.15 h. aan de parking van de Tuinbouw-school om gezamenlijk naar Leuven
(kostendelend) te rijden.
Verslag vergadering van 22 april: DEMONSTRATIE
KOOLZAAD PERSEN
Het uitzonderlijke weer had toch een kleine veertig imkersvrienden uit hun
korf gelokt om naar deze voor onze streek nog niet echt ingebur-gerde
demonstratie te komen kijken.
Plaats van het gebeuren was het ‘Hof ter Vrijlegem’ te Asse-Mollem, een
akkerbouw- en veeteeltbedrijf, decennia geleden een pionier in het kweken van
witloof op watercultuur, maar waar de jonge generatie het meer in de richting
van het hoevetoerisme ziet. Mensen die vooruitzien dus, die weten dat het in de
hedendaagse landbouw er op aankomt de gangbare tendenzen een neuslengte voor te
zijn.
Door de talrijke opkomst waren we verplicht de groep in twee te delen.
De eerste groep kon de installaties bezichtigen, kreeg een deskundige
uitleg van koolzaadboer Peter, die zich niet beperkte tot het persingsproces
zelf, maar een heuse presentatie gaf over het hele groeiproces, oogst,
toepassingen voor de nevenproducten zoals stro, perspulp, de verschillende
kwaliteiten, en de toepassingen van de olie. Deze kan namelijk niet enkel
gebruikt worden om aan dieselolie toe te voegen zoals onder druk van de
Europese regelgevers steeds meer gebeurd. Een auto kan ook op zuivere
koolzaadolie rijden, en Peter had er zo een staan. De mechanisch onderlegden
konden direct zien hoe ze het thuis zouden kunnen aanpakken. Statistische
gegevens over ons fossiel brandstofverbruik, de evolutie hiervan, en hoe onder
meer koolzaad onze afhankelijkheid van ingevoerde olie zou kunnen verminderen
én over de verminderde vervuiling, vermits koolzaadolie minder schadelijke stoffen
uitstoot en het gewas tijdens zijn groeiperiode bovendien ook nog aan
bladgroenverrichting doet, kregen we er op een serveerblaadje bij.
Op een serveerbladje kregen we ondertussen ook nog met koolzaadolie bereide
hapjes, want ook in de keuken is koolzaadolie een van de betere oliën die er te
vinden zijn. Dit bewezen de vergelijkende
tabellen met de gehaltes aan onverzadigde vetzuren en de momenteel zo populaire ‘omegas’, en dan hebben we het
niet over wielrennen.
Na al deze wetenswaardigheden
was het tijd
voor de eerste groep om te doen waar de tweede groep mee begonnen
was : gastvrouw Ann gaf ons een
woordje uitleg over de historiek van en de filosofie achter hun bedrijf, terwijl we ons
ondertussen de huisgemaakte
appelcake en de koffie goed lieten smaken.
Hierna stond er een wandelingetje naar het vlakbij
gelegen Kettelobos op het programma, volgens boer Ward
– tevens onze dienstdoende natuurgids- het meest noordelijke bos in onze streken waar de blauwe boshyacint bloeit. En om dit te zien kwamen we
juist op het goede moment. We stegen ook tot 75 meter boven de zeespiegel, waardoor
we toch een dozijn van de vele kerktorens die ons Vlaamse land rijk is in het
vizier kregen. En het momenteel in
de zon zo mooi blinkende atomium, plus de koepel van de basiliek van Koekelberg. Of was het dan toch het Justitiepaleis ?
Eenmaal uit het bos konden we een ander fenomeen bewonderen, één akker, tussen
alle anderen waar niks speciaals aan te zien was, waar de bodem vol zat met
mooie ronde keien. Volgens onze gids was
hier ooit, duizenden jaren geleden, het strand van Bredene gesitueerd. Toen we
dan langs een eigenlijk afgesloten loswegeltje de berg afdaalden, en we recht
op het zonneterras van een gerestaureerd fermetteken afstevenden, bleken we
inderdaad in Bredene beland te zijn. Wat is de natuur toch schoon !!
Zo’n inspanningen, daar moet een mens wat van bekomen. Gelukkig hebben ze
in het Hof ter Vrijlegem een eigen bier, een blond bier van het type trappist,
zoeter binnenlopend dan bvb een Duvel, alleen wat zwaarder. We vrezen wel dat
na ons bezoek er wat meer plaats zal geweest zijn in de kelder, want het was
goed toeven op het terras van het Hof ter Vrijlegem.
Benny
Verslag van onze cursus Meester-Imker
– 01 april: broedbeperking door Herwig Ramon
Goethe, een slim bolleke voor zijn tijd, wist ons
reeds te vertellen dat je in de beperking de meester kan herkennen. Waarmee hij
bedoelde dat levenskunst is: “meer te halen uit minder”. Herwig Ramon weet dat
dit ook voor bijen opgaat, en hij kwam het ons breedvoerig uitleggen op 1 april.
En nee, het was geen aprilgrap, zijn stellingen klonken ‘traditionele’ imkers
wel ietwat vreemd in de oren, maar ze waren goed onderbouwd. Herwig had zowaar
in de wereldpolitiek kunnen stappen, zo kon hij ons becijferen dat door minder
jonge bijen te laten geboren worden, deze beter verzorgd worden, hun
levensverwachting stijgt, en de emigratielust vermindert. Zelfs als je ze in
naar onze mening ‘hollandse’ huisjes stopt, of de koningin haar werk laat doen
tot ze er op natuurlijke wijze het bijltje bij neerlegt. Vele wenkbrauwen
werden gefronst, maar naarmate zijn visie vorm kreeg waren er toch steeds
minder mensen om hem tegen te spreken. Een beetje polemiek dus, en zeker op
zijn plaats in een cursus meester-imker, waar het toch de bedoeling is over de
dingen na te denken, en zelf de nuttige zaken die we te horen krijgen in ons
bedrijfssysteem in te passen. Heel leerrijk dus, en ik durf wedden dat vele
sceptici zijn systeem zonder er al te veel ruchtbaarheid aan te geven, zullen
toepassen. En er volgend jaar zelf mee zullen naar buiten komen.
– 15 april: invoeren van koninginnen door Gaston
Van de Vloet
Van de filosofische beschouwingen en de
wereldpolitiek naar het schuimende trapistenbier, het ideale vocht om
rivaliserende koninginnen vreedzaam hun geschillen te laten oplossen.
Spraakwaterval Gaston bracht ons een no-nonsense verhaal over wat te doen en
wat zeker niet, bij het inbrengen van koninginnen en verenigen van volkeren.
Geen theoretische benaderingen, zuiver praktijk, maar dan wel wetenschappelijk
onderbouwde praktijk. En een zee van ervaring natuurlijk, waar wij deelgenoot
mochten van worden. De kneepjes van het vak gaan we hier nu niet uit de doeken
doen, de 100% success gegarandeerde methode Van der Vloet is een geheim voor de
ingewijden die er op 15 april bij waren. Maar zij die er waren kunnen het
beamen : sinds 15 april is imkeren voor ons heel wat eenvoudiger geworden !
- 29 april: vermeerdertechnieken van bijenplanten
door Lode MEERT
Een prachtige lentezon om het eens te hebben over
waarmee het allemaal begint : stuifmeel- en nectargevende bloemen, en de
planten waarop ze voorkomen.
Geen ‘buitenlandse expert’ dit maal, maar iemand uit ons eigen midden. Lode
had ons reeds bewezen over groene vingers te beschikken, en nu deed hij het nog
eens over voor onze aspirant meester-imkers. Zowat alle vermeerdertechnieken
kwamen aan bod: zaaien, stekken, uitlopers, enten, en al deze technieken werden
vakkundig gedemonstreerd, in open lucht nog wel, en dit in april. Zo goed werd
het gedemonstreerd dat niemand nog het excuus kan aanvoeren dat het voor hem of
haar niet weggelegd is. Het is gewoon een kwestie van te weten waar je mee
bezig bent. Van gezond verstand dus. Dit gezond verstand gaf ons ook vele
nuttige tips mee : waarom een Paraguayaanse regenwoudboom planten om in de
steeds warmer wordende najaarsperiode stuifmeel aan onze bijen te kunnen
aanbieden, als het volstaat onze ingeburgerde goud- of zonnebloemen een maand
later te zaaien ? Je ziet, als het door een expert uitgelegd wordt moet je er
helemaal geen zijn om het te snappen.
- 13 mei: overlarven door Jef Beuckelaers
Na het
over de basis van een goede
bijenweide te hebben gehad, kwam nu de basis voor sterke bijenkolonies
aan bod, namelijk de koninginnenkweek. Opnieuw ook een
‘lokale expert’ in de arena,
Jef Beuckelaers.
Voor één keer was het
rustige Sneppelaar op een zondagmorgen de drukste straat van Londerzeel, er
stonden immers zoveel auto’s geparkeerd
als er anders op een ganse zondag doorrijden. Maar wij genoten vooral
van de rust op Jef zijn domein, en van het goeie onthaal natuurlijk,
met een natje en en droogje. En van de vele ‘imkerstrucks’ die Jef ons aanleerde,
trucks die we hier natuurlijk niet mogen onthullen, enkel de aanwezigen hebben
er weet van.
Tot de orde
van de dag dan, overlarven. Naar het schijnt had Jef vooraf
heel veel geoefend. Ontelbare prinsesjes werden door hem uitgekleed voor hij
zeker was in welke positie ze nu het best op hun koninginnebrijbedje lagen.
Zoveel had hij blijkbaar geoefend, dat zelfs zijn Limburgse koningin –
doorgaans toch nogal braaf en goed van inborst – er de brui aan had gegeven, en
een Oost-V laamse reddingsboot gezocht moest worden (met dank aan kapitein
Jozef). Voor ons leek dat onbegrijpelijk, maar toen Jef zijn demonstratie begon
met en zandschop en een emmer begrepen we het natuurlijk al veel beter.
Dachten we althans, want na ons eerst een vakkundige uitleg te hebben
gegeven, bleek Jef er toch zonder blikken of blozen in te slagen een 120 tal
van zijn prinsesjes tot aspirant-koningin om te toveren. Hopelijk zullen velen
onder hen in de loop van deze zomer een eigen kolonie stichten. Dit kan alleen
de kwaliteit van onze bijen ten goede komen.
Tijdens Jef zijn secure overlarfopdracht, gaf Jozef De Ridder ons ook een
woordje uitleg over het Mollier-diagram. Het zag er ingewikkeld en op het
eerste gezicht nogal wiskundig uit, maar eigenlijk kwam het vooral neer op het
feit dat we voldoende aandacht moeten besteden aan de isolatie van onze kasten.
En dit in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, niet alleen in de
winter maar eigenlijk vooral in de drachtperiode. Vooral in de zomerperiode
wordt een groot gedeelte van de door onze bijen binnengebrachte honing
verbruikt om de nectar in te dikken. En hoe beter onze kast geïsoleerd is, dit wil
zeggen dat de temperatuur gelijkmatig is binnen, hoe lager dat verbruik en hoe
meer honing we overhouden. Waar iedereen wel oren naar
had.
Wij reizen om te leren
Onlangs, tijdens een weekendje vakantie naar het Rijngebied in Duitsland,
trok een stenen beeldje aan de toegangspoort van het stadje Andernach mijn
speciale aandacht, verbonden aan volgende legende:
“De bakkersjongens van Andernach”
“Sinds eeuwen bestaat er een
grote rivaliteit tussen de Rijndorpen op de linker- en rechteroever van de
rivier. Dat gold eveneens voor de inwoners van Leutesdorf die, achthonderd jaar
geleden, een rekening te vereffenen hadden met die van Andernach.
Op een nacht trokken ze – tegen de stroom in – per
boot naar Andernach, dat ze diep in de nacht bereikten. Ze hadden – om toch
iets te zien tijdens de overvaart – twee kleine fakkels aan hun bootjes
bevestigd. Een feit dat hen achteraf noodlottig zou worden. Toen ze aanmeerden
in Andernach, trokken immers net twee bakkersjongens naar hun werk. Ze
bemerkten de bootjes en de zwaar bewapende krijgers en schrokken. De
bakkersknechten sloegen onmiddellijk alarm en trommelden hun medeburgers op om
de stad te verdedigen. Die namen meteen hun stellingen in op de stadswallen om
de vijand op te wachten. In de chaos die volgde, stootte een van de
bakkersjongens een bijenkorf van een imker omver, waarop de bijen in woede
ontstaken. Gelukkig voor hen was de uitgang van de korf afgesloten, maar het
gebeuren bracht de jonge helden op een ideetje…. Ze wapenden zich elk met een
bijenkorf en namen plaats op de stadsmuren. Toen die van Leutesdorf hun ladders
tegen de vestingmuur plaatsten, spietsten ze een bijenkorf op een helm. De
honing stroomde rijkelijk over de hoofden van de vijand en de bijtjes
ontsnapten en vielen – aangetrokken door de honing – de belagers aan, die
meteen het hazenpad kozen.”
Als dank
vereeuwigt nu een stenen beeldje aan de poort de legendarische bakkersjongens.
Paul